Rozalie Hirs

Essays, reviews

2018-06-19

Wiek Hijmans’ Electric Language [review by Thea Derks]

Today, on 19 June 2018, Thea Derks publishes a favorable review of Wiek Hijmans’ CD Electric Language ‘Hoe Wiek Hijmans de elektrische gitaar solofähig maakt’. She says:

The most coherent pieces on the CD are by Rozalie Hirs and Alison Cameron. In article 6 [waves] Hirs places light-footed melodies against softly howling sinetones. Together the many harmonics, the warm tone colour, and the rising and falling drones create a mysterious, super worldly atmosphere.

Read the entire review [Dutch only] at Cultuurpers.


2018-06-08

Singing in tongues [review by Alain Delmotte]

Today the Belgian literary E-zine De schaal van Digther published a new review by Alain Delmotte on verdere bijzonderheden: ‘Singing in Tongues – about the poetry of Rozalie Hirs’. This sensitive article is a thorough essay, that may well be one of the most beautiful reviews having been written about my work so far. The full text [Dutch only] can also be read here.
(more…)


2018-06-01

further particulars on book covers

This is a first timer: the book cover of the recent poetry book verdere bijzonderheden (further particulars; Amsterdam: Uitgeverij Querido, 2017; design: Michaël Snitker) receives a mention in Volkskrant today; in a short collective review Erik van den Berg discusses the nature of old and recent book covers: Zoete kleuren rukken op in de boekwinkel, ook bij onzoete stof. The full text is below [Dutch only].

Please visit Volkrant for all pictures of the mentioned book covers.
(more…)


2018-05-31

Another nice review of Wiek Hijmans’ CD, Volkskrant

Today, on 31 May 2018, Frits van der Waa writes a short, yet raving, review on Wiek Hijmans’ new CD Electric Language in the Dutch national newspaper Volkskrant. He praises Hijmans’ meticulous mastery of tone colour and timbre. Van der Waa also mentions the “intriguing” microtonal melodies in article 6 [waves] by Rozalie Hirs.


2018-05-11

Inspiration is the space where new things emerge [interview Joep Stapel, NRC]

“Inspiration is the space where new things emerge” – a wonderful interview by Joep Stapel in the Dutch national newspaper NRC today [Dutch only; English translation to follow].

We talk about my new double harp concerto Parallel world and sea (2017-18) that will receive its premiere performance by ASKO|Schönberg this Sunday 13 May 2018 at 15:30 during the Dutch Harp Festival and at 20:30 during Obession #1. Both events take place at TivoliVredenburg, Utrecht, The Netherlands with financial support of the Dutch Performing Arts Fund. Portrait photograph by Marco Borggreve. Happy reading! Hope to see you on Sunday!

Download PDF


2018-04-28

Fine review by Siebe Riedstra

Today Wiek Hijmans announced this fine review about his new CD Electric Language on the Dutch webzine Opus Klassiek. Siebe Riedstra remarks, among other things:

Listening to a CD like this one is like a musical journey of discovery, that may produce memorable moments. Such a moment is article 6 [waves] by Rozalie Hirs (1965), who transverses life both as a poet and as a composer. On Ladder 11 with Fie Schouten, performing on the bass clarinet, something similar happened – article 7 kept on chasing down the ear. This is music with a remarkable tendency towards comtemplation that for a change does not lull one into sleep.


2018-02-06

Freedom of Ink [essay on Logos (2002) by Jeroen Dera]

Logos (2002) is als één van de Bundels van het nieuwe millenium (Nijmegen|Gent: Vantilt|Poëziecentrum, 2018) besproken door Jeroen Dera (1986) in zijn essay ‘Vrijheid van inkt’. De zeer interessante keuze van juist deze vroege bundel verklaart Dera als volgt:

Dilemma: welk werk van Rozalie Hirs (Gouda, 1965) kies je als je de bijzonderheid van haar 21e-eeuwse dichterschap in de verf wilt zetten? Haar meest enthousiast ontvangen bundel gestamelde werken (2012)? Of haar derde bundel [Speling] (2005), omdat de dichter daarin voor het eerst de poëtische vorm op scherp stelt? Of toch de opvolger Geluksbrenger (2008), omdat deze van de zes bundels het sterkst Hirs’ achtergrond als musicus en componist laat zien?

Nee: als uitgangspunt voor een bespiegeling over de poëzie van Rozalie Hirs kan het best haar tweede bundel dienen, Logos (2002). Het is het eerste werk dat de dichter publiceerde na de millenniumwende, als opvolger van haar debuut Locus (1998). […] Logos is vooral zo’n belangerijke schakel in het oeuvre van deze dichter, omdat Hirs hier de stap zet naar de meer conceptuele en multimediale benadering van poëzie die ook zo kenmerkend is voor haar latere werk.

Een nieuwe generatie neerlandici, literatuurwetenschappers, critici bespreekt verder bundels van onder meer Paul Bogaert, Anneke Brassinga, Arjen Duinker, Astrid Lampe, Leonard Nolens, Nachoem Wijnberg, Anne Vegter, Menno Wigman, Alfred Schaffer, Maud Vanhauwaert, Peter Verhelst. Bestel het boek hier.


2018-01-31

Awater Poetry Prize 2018 [nomination]

Marije Langelaar wint de Awater Poëzieprijs 2018 voor haar prachtige bundel Vonkt en Joost Baars wint de VSB Poëzieprijs 2018 voor zijn ontroerende Binnenplaats. Wat een poëzieweek!

verdere bijzonderheden bleek, tot mijn stomme verbazing, ook kanshebber voor de Awater poëzieprijs 2018 te zijn geweest. Duizend dank aan Edwin Fagel en Joost Baars voor hun aanbeveling en voor het feit dat zij deze late bundel, verschenen op 23 november 2017, zo razendsnel gespot en gelezen hebben.

“Er zijn maar weinig bundels die ik meteen bij verschijnen verslind. Dit is zo’n bundel. Het lijkt één en al deconstructie, maar Rozalie Hirs is een de dichter van de nataliteit, van het meest radicale ‘ja’ dat ik ken. En verdere bijzonderheden is gewoon wéér beter dan haar vorige. Wat een oeuvre wordt dat.”
(Joost Baars, Awater, Winter 2018)

“Ik hou van de speelse, muzikale en tegelijk betekenisvolle poëzie van Hirs. In deze bundel zijn haar gedichten bij alle vormvastheid bijzonder springerig en spannend.”
(Edwin Fagel, Awater, Winter 2018)

Fijn ook om zo gebroederlijk naast Tonnus Oosterhoff en Joost Baars op de pagina te staan. Zie onder voor de volledige lijst kanshebbers (persbericht 11 januari 2018).


2018-01-23

‘six destinations’ [review by Edwin Fagel, Awater]

In Awater vond ik vandaag de recensie ‘zes bestemmingen’ door Edwin Fagel. Met een aantal wonderlijke, ook voor mij verrassende, inzichten: de opsomming als stijlfiguur, ‘de ruimte’ of ‘het lichaam in de ruimte’ als centrale thematiek, het afwezige in het aanwezige.

Zes bestemmingen

Wanneer je verdere bijzonderheden, de zesde bundel van Rozalie Hirs, openslaat, begint direct een duidelijke stem te klinken. Een bescheiden, maar heldere stem, die de muzikaliteit (en de semantiek) van de taal optimaal uitbuit. Bijvoorbeeld door in de reeks bewegingslijnen de opsomming als een stijlfiguur in te zetten. Het levert een wonderlijk soort precisie op: “neem dan een latte op weg, een sapje, biertje, spa”.

Het openingsgedicht is feitelijk een uitleg van hoe de reeks werkzaam is en laat ook zien waarom dat zo is:

markeer zes bestemmingen naar keuze op de kaart
[…]
voeg één pad toe dat alle plaatsen met elkaar verbindt,
bij voorkeur over de kortst mogelijke afstand.

Wie het consistente oeuvre van Hirs volgt, weet dat ruimte een fascinatie van de dichter is, preciezer: de aanwezigheid van het lichaam in die ruimte. Het eerste dat bij verdere bijzonderheden opvalt, ten opzichte van de eerdere bundels, is de vormvastheid. Het maakt de gedichten op een bepaalde manier concreter, intenser. Lichamelijker. In een gedicht als ‘van roos tot enig glaswerk’ vindt een kenmerkende beweging plaats: de humor van de regels zijn verrassend omdat het gedicht er zo ernstig uitziet, en de toon zo verheven is:

wie drinkt er uit jou, fluitglas, je kleurloze kelk op aquamarijnblauwe vleugelstam
in de vorm van een acht, met aan weerszijden vleugels, als een engel, vogel

De ernst, vervolgens, die achter die humor schuilgaat, verrast evenzeer: de vraag naar het ‘wie’ wordt steeds dringender gesteld, waardoor de nauwgezette beschrijving van het aanwezige een afwezigheid benadrukt.

Maar dit is slechts één van de bewegingen, één van de bestemmingen op de kaart. De bescheidenheid van de titel (die immers suggereert dat het belangrijkste al voorbij is) is bedrieglijk. De gedichten zijn met recht ‘bijzonderheden’.

Edwin Fagel, Awater, 23 januari 2018 (Winter 2018)


2018-01-16

‘Voelen slokt denken’ [review by Remco Ekkers, Tzum]

Vandaag vond ik op Tzum deze fijne open lezing door Remco Ekkers van verdere bijzonderheden. Ekkers beschrijft zijn leerervaring, wat maakt hij mee?

Voelen slokt denken

We nemen een kaart van bijvoorbeeld Japan en we kiezen zes bestemmingen, bijvoorbeeld Nagasaki, Hiroshima, Okayama, Osaka, Kyoto, Tokio. Al die plaatsen hebben een eigen geschiedenis, leeftijd, omgeving, inwonertal en verschillende eetgelegenheden. In Hiroshima kun je bijvoorbeeld in Okonomi-Mura een soort pizza eten.
We beginnen bijvoorbeeld in Huis ten Bosch – die plek noemen we en trekken zes paden naar die zes bestemmingen. Dat zijn dus zesendertig wegen. We voegen nog één pad toe dat de zes plaatsen verbindt; de kortste weg, maar die wordt gehinderd door bergen, rivieren, binnenzeeën. Je moet goede wandelschoenen hebben, een rugzak en voor onderweg een tent, een slaapzak, misschien een geweer.

We hebben nu gedaan wat het eerste gedicht van de afdeling bewegingslijnen van de bundel verdere bijzonderheden van Rozalie Hirs voorstelt. Je kunt ook naar het noorden van Canada of naar China.

Het gedicht bestaat uit drie terzinen met regels van vergelijkbare lengte. Het tweede gedicht bestaat uit twee quintetten. Wat opvalt in de reeks is het aantal punten:

naast een jonge berk. op 1 mei. in een maisveld. wanneer het regent.
in een auto, niet noodzakelijkerwijs zonder dak. door een verrekijker.
gedroomd. zeer langzaam, zonder contactlenzen in. indien gewenst.
alleen. dan.

Het geheel heeft een opgewekt, monter karakter. Zo gaan we op weg. We gaan dat doen. Het pad dat we kiezen is voor ons. Er is stof, er zijn “slangen en glinsterend zand”. Vanwege die slangen besluiten we vannacht niet buiten te kamperen. We hebben enge dromen, maar de volgende morgen eten we pannenkoek met stroop en boter en vertelt de moteleigenaar over een film van lang geleden.

De afdeling telt twintig gedichten, afwisselend terzinen, kwatrijnen en quintetten. Er wordt geen verhaal verteld. De verzwegen ik reist niet door Japan. Er is een je-figuur en een ander. Er wordt gekust, in bad gegaan, een modern museum bezocht, friet gegeten, “zeg maar” gezegd. Taal klinkt als muziek, soms met een dissonant. Woorden verwijzen naar werkelijkheden, dromen, herinneringen. De lezer moet het lezen en herlezen, hardop, misschien proberen te zingen.

In de volgende afdeling je andere onophoudelijk vinden we drie gedichten zonder interpunctie. Je zou de dichteres moeten horen voorlezen, zodat je sommige syntactische pauzes zou kunnen ontdekken:

vult modder een holle weg wanneer een schaduw pasgeboren
lucht het water kust die bloedkring was rond de maan daar een kind
in melksteen zit naast stapels vlekken de droom en ochtend blauw
en breekbaar vinden van dauw krakende botten met glasgordijnen
het dier beademen dat naar verdwenen handen kijkt

In varens krijgen we zeer concreet te lezen hoe en wat varens zijn. We kennen ze uit onze bossen, maar varens en varenachtigen komen over de hele wereld voor. Er zijn duizenden verschillende soorten. In het bijzonder zijn ze overvloedig aanwezig in tropische of gematigde regenwouden, niet verwonderlijk omdat ze van vocht houden. De dichteres zag in Venezuela de meest exotische exemplaren. De vier gedichten zijn opgedragen aan Stefan Hertmans, die wellicht haar fascinatie deelt.

Na oneindig breekbare, gedichten met een titel, komt nog een sneeuwalfabet, wit op zwart, een sneeuwdroom anno 2017 met allerlei sneeuwwoorden van a tot z, waarbij sommige letters ontbreken omdat er geen sneeuwwoorden mee te vinden waren en tenslotte zeg liefde, vier liefdesgedichten, Grieks-mythologisch, dionysisch, dronken van liefde:

het heerlijkst leeft wie zonder besef en zonder verstand bijna
geen verdriet heeft om direct daarna te verwelken of bloeiende
schoonheid te verschrompelen

Rozalie Hirs viert het leven in deze bundel: zintuiglijk, zingend, maar ook schrijft zij:

geluk treedt dan pas volledig in als voelen denken haar oorspronkelijke
lichaam verliest en onsterfelijkheid ontvangt tot zover ben jij liefde

zowel verankerd in het lichamelijke als boven het lichamelijke verheven
het onzichtbare boven het zichtbare wat geen oog heeft gezien

geen oor heeft gehoord wat in geen hart hoofd is opgekomen
al wat het onbekende heeft bereid voor mensen die liefhebben

dat ben jij die door de overgang naar het andere leven
niet wordt weggenomen maar wordt vervolmaakt

Remco Ekkers, Tzum weblog, 16 januari 2018
Recensie: Rozalie Hirs – verdere bijzonderheden

Gerelateerde berichten
VPRO Dichterbij [aankondiging door Rieuwert Krol, Tzum, 11 april 2016]
Uitslaande Vleugels [recensie door Jane Leusink, Tzum, 3 oktober 2012]


2018-01-13

Tip of Joost Baars, Algemeen Dagblad

Tot en met 11 februari 2018 is het de Maand van de Spiritualiteit in de boekhandel. Zeven boekverkopers geven hun tips van recent verschenen boeken met een hoog spiritueel gehalte. In het Algemeen Dagblad noteert Nadine Ancher hun bevindingen. Joost Baars vraagt onder meer aandacht voor de dichtbundel verdere bijzonderheden van Rozalie Hirs:

Zij bouwt stilletjes aan een bijzonder oeuvre. In haar werk klinkt altijd de hele kosmos door, waarbij het de vraag is of we te maken hebben met maar één kosmos, of meerdere. Toch is verdere bijzonderheden misschien wel haar meest aardse bundel, haar meest lichamelijke ook, waarin opmerkelijk veel gedichten over geboorte gaan. Elke vezel van Hirs’ dichterschap zegt ‘ja’ tegen de wereld waarin we worden geworpen.

(Joost Baars, Algemeen Dagblad, AD/ BN De Stem, Breda, 13 januari 2018. Citaat uit het artikel ‘Nabestaanden en natuurgoden’ door Nadine Ancher) photo ©2016 Tessa Posthuma de Boer


2017-12-30

‘Choose freedom – now’ [review by Dieuwertje Mertens, Parool]

Vandaag, op de één-na-laatste dag van het jaar, verscheen een recensie over verdere bijzonderheden in het Parool: ‘Kies je vrijheid – en wel nu’ door Dieuwertje Mertens. Ben heel blij met haar positieve lezing van het leeuwendeel van de bundel, de serie bewegingslijnen, een roadtrip over een denkbeeldig continent: “Ze geeft de lezer veel autonomie, binnen de kaders die ze zelf heeft geschapen” en “Wat haar poëzie verrassend en goed maakt, zijn de tegenstellingen: op directieve toon benoemt ze de vrijheden, ondanks de haastige toon, en heeft ze oog voor detail. Ze combineert formeel taalgebruik met intieme zaken.”

Kies je vrijheid – en wel nu
Hirs’ poëzie moet je hardop ontdekken: ‘Zing op steeds andere wijze’

Rozalie Hirs (1965) is niet alleen dichter, maar ook componist. Het is dan ook niet verrassend dat op de achterflap van haar zesde bundel verdere bijzonderheden de aanwijzing staat om de gedichten ‘hardop te ontdekken. (…) Zing op steeds andere wijze. Op eigen tempo, adem, voelend denkend door de eigen stem.’

De partituur is niet vastomlijnd. De regelafbreking is willekeurig, soms zijn er strofes, soms niet. Hirs maakt wel gebruik van leestekens, maar omdat punten niet worden gevolgd door hoofdletters, zijn ze niet dwingend. Ze geeft de lezer veel autonomie, binnen de kaders die ze zelf heeft geschapen:

markeer zes bestemmingen naar keuze op de kaart
van je keuze, elk met een heel eigen geschiedenis, leeftijd,

Hoewel de lezer aan de hand van de zes gekozen bestemmingen zijn eigen route mag bedenken, is de toon directief

pak je rugzak.
wat neem je mee – tent, slaapzak, geweer?

Het begint goed. Daar gaan we, op avontuur met Hirs. In de eerste cyclus bewegingslijnen neemt ze de lezer mee naar motelkamers, vluchtroutes, rotsen, een museum.

Ze schakelt soepel van beelden naar ervaringen naar herinneringen:

sporen van liefde. in de wasbak je zeep, scheerschuim. in de lade je sokken.
op de vloer de vieze. schrijven ‘jij’ in de kamer. niet echt jij . hij evenmin.
buiten zichzelf. ben jij. schim van beweging. alweer. rilt. een buitenissig rillen

voorbij de tijd. toont een jonge kelner zijn sixpack aan meisjes – zonovergoten
god die almachtige golven berijdt. hoog, heel high. giechelen meisjes dan tilt
een denkbeeldige surf ze op, allemaal tegelijk. tolt licht rond, in het rond.

De jachtige associaties van Hirs lijken soms op steno. Wat haar poëzie verrassend en goed maakt, zijn de tegenstellingen: op directieve toon benoemt ze de vrijheden, ondanks de haastige toon, en heeft ze oog voor detail. Ze combineert formeel taalgebruik met intieme zaken:

word gekust, indien gewenst op de mond.

Na die eerste cyclus zakt de bundel een beetje in. Misschien was de bundel wel sterker geweest als hij alleen uit bewegingslijnen had bestaan. Er volgt onder meer een ode aan varens, een ode aan de liefde en het opsommende polysynthetisch sneeuwalfabet. De gedichten zijn zintuiglijk en eerder reflectief dan associatief.

Avontuur is niet langer het doel. De ijzersterke eerste cyclus wordt niet meer geëvenaard. De reis voert nu richting het einde. Onbezonnen vrijheden maken plaats voor levenslessen: geen oor heeft gehoord wat in geen hart hoofd is opgekomen.

Dieuwertje Mertens, Parool, 30 december 2017


2017-12-28

‘Gedichten om hardop van te genieten’ [recensie door Eric van Loo, Meander Magazine]

Vandaag vond ik een fijne recensie door Eric van Loo op Meander Magazine over verdere bijzonderheden: ‘Gedichten om hardop van te genieten’, Meander Magazine, December 2017. Hier een citaat van deze verwonderde lezer, vol verrassende inzichten:

“Tijdens het lezen van verdere bijzonderheden van Rozalie Hirs kwam ik er al snel achter, dat er van de lezer een andere leeshouding gevraagd wordt. Mede door het witte winterlandschap van begin december werd mijn aandacht als eerste getrokken door het ‘polysynthetisch sneeuwalfabet’, dat ergens aan het eind van de bundel met witte inkt op zwarte bladzijden is afgedrukt. De ondertitel ‘[sneeuwdroom anno 2071]’ doet vermoeden, dat het gedicht in een verre, sneeuwloze toekomst is gedacht. Twee bladzijden lang lezen we een opsomming van de meest uiteenlopende sneeuwfenomenen. Ongewone poëzie, maar gezien de regeleindes ook niet echt een prozagedicht te noemen:

(…) Dat hardop voorlezen werkt, maar het is nog niet zo eenvoudig. Waar adem te halen? Waar pauzes te nemen, welke woordgroepen horen bij elkaar? Net zoals bij het spelen van een muziekstuk vanaf blad vergt het voorlezen een paar keer oefenen. Misschien is dat wel de bedoeling van de dichter, die tevens componist is. Op Spotify kan ik slechts één track van haar vinden. Maar dat is wel een sleutelstuk. Luister maar even mee: is dit muziek, is dit poëzie? De tekst is niet volledig verstaanbaar, maar duidelijk is dat de twee stemmen door de ritmische voordracht de woorden tot klanken reduceren, en dat anderzijds door de voordracht de woorden een andere betekenis krijgen. Terugkerend naar het sneeuwfragment krijgt de tekst een bezwerend karakter, waarbij de woorden kriskras als sneeuwvlokken naar beneden dwarrelen.

Naast het genoemde sneeuwgedicht bestaat verdere bijzonderheden uit vijf afdelingen. De afdelingen ‘bewegingslijnen’, ‘je andere onophoudelijk’, ‘varens’ en ‘zeg liefde’ zijn feitelijk gedichtenreeksen, die elk uit een aantal genummerde gedichten bestaan. Alleen de afdeling ‘oneindig breekbare’ bestaat uit gedichten die met een eigen titel in de inhoudsopgave vermeld staan. De thematiek van deze gedichten is wisselend. Centraal lijkt te staan het mens-zijn, waarnemen en waargenomen worden. Misschien verwijst ‘oneindig breekbare’ naar de kwetsbaarheid van het mens-zijn, zoals verwoord in ‘Fragile’ van Sting: ‘On and on the rain will say / how fragile we are’.

Het ontbreken van hoofdletters en interpunctie maakt deze tekst niet zo makkelijk te duiden. Die meerduidigheid is natuurlijk opzettelijk. De condition humaine zelf is immers raadselachtig en ongrijpbaar. Ik lees, dat de mens ‘zomaar zijnde’ is en ‘verschijnend aan iemands zijn’. Maar is het laatste woord van de tweede strofe wel een werkwoordsvorm? Als we doorlezen staat er opeens ‘zijn of haar werkelijkheid’. Als mens ‘toon je dat aan levenden die zich tonen’, zijn we subject en object tegelijk. In ‘verschijn en wezen’ uit dezelfde afdeling lezen we iets vergelijkbaars: ‘niets verschijnt zonder dit waarnemen / van wie dan ook – hoe dan ook vindt verschijnen plaats / en geen zijnde – voor zover het verschijnt – bestaat in enkelvoud’.”

Lees verder op Meander Magazine.


2017-12-22

Tip in De Standaard, België

Johan de Boose tipt gestammelte werke (Berlin: kookbooks, 2017) van Rozalie Hirs vandaag in De Letteren, De Standaard, België, op de vraag “Welk boek uit 2017 verdient meer aandacht?”. Met dank aan Gie Devos, die me dit stukje opstuurde! De Boose:

Gestammelte Werke, poëzie van de dichteres/componiste Rozalie Hirs. Het is een prachtige verzameling gedichten, uitgegeven dor de Berlijnse uitgever kookbooks, maar het is meertalig (elf talen, waaronder Nederlands). Een speels en tegelijk urgent boek. Een boek dat grenzen opheft, een Europees statement.


2016-05-22

Review on portrait concert of Rozalie Hirs: “one of the most captivating poets at this moment”

Portrait concert of Rozalie Hirs  at Penhuis and Festival van Vlaanderen, Kortijk, Belgium (host: Alain Demotte)

A review by Paul Rigolle, published by the online literary magazine De Schaal van Digter on 27 April 2016, names Rozalie Hirs as “one of the most captivating poets at this moment”.

On 24 April 2016 the Festival van Vlaanderen and Penhuis, Kortrijk, Belgium, presented a portrait concert of Rozalie Hirs, consisting of her poems, three music compositions, and an interview. The programme was curated by Gie Devos and Joost Fonteijne. Host was Alain Delmotte. The Bozzini Quartet performed Rozalie Hirs’ string quartets Zenit (2010) en Nadir (2014). Hirs performed her poems and the music and poetry hybrid Bridge of Babel (2009). Photographs: Gie Devos.

Bozzini Quartet performing 'Nadir' (2014) by Rozalie Hirs during her portrait concert at Penhuis and Festival van Vlaanderen, 24 April 2016

Rozalie Hirs after her portrait concert at Penhuis and Festival van Vlaanderen on 24 April 2016


2013-01-23

Essay by Joost Baars about gestamelde werken

An in-depth essay on gestamelde werken (work in stuttering) by Rozalie Hirs just appeared in Poëziekrant 7-8/12, Poëziecentrum, Ghent, Belgium. ‘Poëzie voor scheppende lezers: over gestamelde werken van Rozalie Hirs’ (‘Poetry for creative readers’) by Joost Baars discusses the reader as creator, easy versus difficult poetry, politics and religion in poetry, and the invitation to act.

(more…)